Betfair en Ladbrokes lijken bakzeil te gaan halen in zaken tegen Nederlandse overheid

by Jaap J.M. Vos on 18/12/2009

Bot, Yves -advocaat-generaal Europees HofDonderdag 17 december 2009 kan wel eens een memorabele dag blijken te zijn inzake het vrije verkeer van kansspelen en –spelers. De advocaat-generaal van het Hof van Justitie van de Europese Unie, zoals dit edele instituut voluit heet (in de volksmond doorgaans het Europees Hof genoemd) heeft nagedacht over procedures tussen Betfair en Ladbrokes enerzijds en de Nederlandse overheid anderzijds. De conclusie van de advocaat-generaal, Yves Bot (foto), is geen uitspraak (die komt binnen enkele maanden), maar mag wel gezien worden als een soort blauwdruk voor die uitspraak. Ik zal proberen de zaken en de conclusies van Bot in heldere taal neer te zetten. Daarbij moet worden aangemerkt dat er geen Europese wetgeving is op dit punt. Iedereen klampt zich daarom vast aan nationaal recht en nationale bevoegdheid of aan andere Europese wetgeving of richtlijnen. De kansspelsector heeft daarbij het nadeel dat er om hen heen altijd wolkjes hangen van ongewenste zaken als fraude, valsspelen, witwassen van geld en gokverslaving. Het zijn die elementen die in de conclusies van de advocaat-generaal een bepalende rol spelen. Er lopen twee zaken:

C-203/08, de zaak die The Sporting Exchange Ltd, handelend onder de naam Betfair, heeft aangespannen tegen de Nederlandse Minister van Justitie. Betfair is groot geworden door het organiseren van weddenschappen op harddraverijen, waarvoor de Nederlandse minister vergunning heeft verleend aan Scientific Games Racing BV (SGR). Betfair heeft in Nederland vergunning aangevraagd voor het organiseren van kansspelen, hetgeen door de minister is afgewezen. Betfair heeft daartegen beroep ingesteld en tevens tegen het ministerieel besluit om de vergunningen van De Lotto en SGR te verlengen. Betfair is van mening dat er sprake moet zijn van mededinging en dat ook bij een enkelvoudige vergunningverlening een openbare inschrijving moet plaatsvinden, hetgeen in deze niet is geschied.

C-258/08 is door Ladbrokes Betting & Gaming Ltd en Ladbrokes International Ltd aanhangig gemaakt en gaat over de procedures die De Lotto tegen hen heeft ingesteld om een verbod te krijgen om op hun website aan Nederlandse ingezetenen kansspelen aan te bieden waarvoor zij in Nederland zelf geen vergunning hebben.

Hoewel deze beide zaken dus verschillende invalshoeken hebben gaat het in principe om het feit of een nationale overheid volledig naar eigen goeddunken haar kansspelsector kan inrichten en daarbij voorbij kan gaan aan bijvoorbeeld een begrip als vrije marktwerking. Dat is ook wat De Hoge Raad der Nederlanden en de Raad van State in deze willen weten, namelijk of de Nederlandse regeling inzake het kansspelbeleid verenigbaar is met het gemeenschapsrecht. Dan is er ook nog een vraag circulerende of een vergunninghoudende kansspelaanbieder uitbreiding van dienstverlening mag zoeken en reclame mag maken.

De advocaat-generaal maakt in de eerste plaats alle belanghebbenden erop attent dat “de lidstaten het organiseren en exploiteren van kansspelen op hun grondgebied kunnen beperken teneinde de consumenten te beschermen tegen geldverkwisting door gokken en de openbare orde tegen het gevaar van fraude, dat ontstaat door de aanzienlijke bedragen die kansspelen kunnen opleveren.” Verder verwijst hij ook naar een eerdere zaak van Het Hof, waarbij geoordeeld is dat een lidstaat het recht om kansspelen te exploiteren rechtmatig aan één ondernemer mag verlenen, op grond van hetzelfde uitgangspunt. ¹ Daarbij is hij echter van mening dat de autoriteiten een ‘adequate oproep tot mededinging’ moeten plaatsen, maar dat lijkt een beetje een lege uitspraak, want verderop in zijn beschouwing laat hij weer ruimte dat een overheid daaraan voorbij kan gaan als daarvoor goede argumenten te geven zijn, zulks ter beoordeling aan de nationale rechter.

Ook niet erg duidelijk is het gisteren vrijgegeven communiqué over het eventuele recht van vergunninghouders om hun aanbod te mogen uitbreiden en reclame te mogen maken. In principe vindt hij dat beide mogelijk moeten zijn, maar dat moet dan weer verenigbaar zijn met de doelstelling van de vergunningverlener om ‘de consument tegen gokverslaving te beschermen en de criminaliteit te bestrijden’ oftewel er kunnen voorwaarden aan worden verbonden. Dit zal de advocaat-generaal in zijn advies aan de rechters wel toegelicht hebben, maar het communiqué gaat daar verder niet op in. Het oordeel of de vergunningverlener juist handelt wordt ook in deze aan de nationale rechter overgelaten.

De advocaat-generaal is ook van mening dat een lidstaat vergunningen, in andere lidstaten verleend, om via internet vergelijkbare diensten aan te bieden, niet zonder meer behoeft te erkennen in het eigen land. Daarbij beroept hij zich op hetgeen in het arrest Liga Portuguesa1 daarover is gesteld. Om dat nog even in herinnering te roepen: in dat arrest wordt artikel 49 van het Europees verdrag (dat gaat over mededinging) opzij gezet. Letterlijk staat er “Artikel 49 verhindert niet dat een lidstaat wettelijk bepaalt dat aanbieders van kansspelen, gevestigd in een andere lidstaat, wordt verboden om die diensten via het internet aan te bieden binnen die betreffende lidstaat.” Dat lijkt de deur te openen voor regelrechte censuur en dat roept om een reactie van de Europese Commissie of het Europese Parlement of dit niet veel te ver gaat. Bovendien heeft het Hof in hetzelfde arrest een andere deur opengezet door te stellen dat destijds artikel 43C (dat gaat over vrije vestiging) niet van toepassing was omdat de aanbieder in kwestie (Bwin) niet van plan was zich in Portugal te vestigen.

Zoals ik al meerdere malen heb geschreven: het wordt de hoogste tijd dat er regelgeving wordt gemaakt op Europees niveau. De bestaande nationale wetgevingen lopen hopeloos achter op de razendsnelle ontwikkelingen die via het internet plaatsvinden. Technisch kan er van alles –ook het wegdraaien van duizenden en nog eens duizenden sites, waarop kansspelen worden aangeboden dan wel gepromoot- maar of de burger daarmee beschermd, dan wel gediend is, moet hevig betwijfeld worden. En de politieke partij, die dat in Nederland toelaat, zou wel eens weggevaagd kunnen worden omdat de geschiedenis heeft geleerd dat je een Nederlander van alles kan vragen, maar niet het recht kan ontnemen om zichzelf te informeren en op basis van die informatie zijn eigen keuzes te maken. Als hij daarvoor naar Londen gaan om andere casino’s te bezoeken dan er in Nederland zijn, dan is hij daar vrij in. Als hij zijn geld in het buitenland wil besteden om poker te spelen, moet hij dat ook zijn. Als hij dat via het internet wil doen eveneens. Dit is toch wel echt de 21ste eeuw?

1 Arrest van 8 september 2009, C-42/07, PC no 70/09.

Gerelateerde Artikelen:

  1. Amerikaanse overheid neemt maatregelen tegen ESI
  2. Unibet en Nederlandse overheid
  3. Miljoenen schade voor Holland Casino door niet online te gaan
  4. Ladbrokes in zee met Microgaming voor online poker in Italië
  5. Illegale zaken in Zuid Korea

Deze post staat in de categorie Casino Nieuws .

Comments on this entry are closed.

Previous post:

Next post: