De economie en ethiek van het kansspel –deel IV

by Jaap J.M. Vos on 02/01/2010

In het land der kansspelen laait voortdurend de discussie op of je daar de markt en de burgers de vrije hand moet geven, het streng moet reguleren, het aanbieden ervan tot een staatszaak moet maken, of het maar gewoon helemaal moet verbieden. Waar we het in elk geval wel over eens zijn is dat er heel veel geld in omgaat en dat er onmiskenbaar risico’s aan zijn verbonden. Om de discussie wat lucht te geven is het misschien goed om eens naar die aspecten ervan te kijken door ze in kaart te brengen. Onder de kop ‘De economie en de ethiek van het kansspel’ brengen we een serie artikelen die de economische en sociale betekenis van het kansspel op neutrale wijze beschrijft en beoordeelt. Vandaag deel IV: Het profiel van de gokverslaafde.

,,Gokkers lijden aan magisch denken. Ooit denken ze een grote klapper te maken. Wat als een onschuldig spelletje begint, loopt vaak uit de hand en dan houden ze er slapeloze nachten aan over”, aldus Marion Kooij van de Brijderstichting, te lezen in het vorige deel van deze reeks. Maar magisch denken doet de doorsnee sportliefhebber ook. Hoeveel mensen lopen al niet te dagdromen dat Nederland in de zomer wereldkampioen voetbal kan worden? Diep in hun hart weten ze dat de kans dat ze dat niet worden altijd groter is, maar het weerhoudt ze er niet van om tijdens het toernooi huis en straat te versieren, feesten te organiseren, aan elke lantaarnpaal een groot scherm neer te hangen en oranje uitgedost de vaderlandse liederen mee te brullen, die diverse artiesten ons hebben overgeleverd. Ook in Zuid Afrika zelf zullen de inwoners van dat land geconfronteerd worden met deze oranje tsunami, die zich gelukkig altijd vreedzaam voortbeweegt, een maximale omzet aan drank genererend, maar gelukkig een minimum aan schade. Als het eenmaal over en uit is voor ‘onze jongens’, verdwijnt al dat oranje uit het straatbeeld en van de Afrikaanse vlakten en gaat iedereen weer over tot de orde van de dag. Tot er over twee jaar weer een EK is en de Polen en Oekraïners aan de beurt zullen zijn om deze vrolijke waanzin te ontvangen.

Magisch denken doet elke journalist, die denkt ooit de Pullitzer prijs te kunnen winnen, elke ambtenaar op een stoffige achterkamer, die ervan droomt het ooit tot bewindsman te brengen en elke vrouw die Brat Pitt begeert. Er is dus helemaal niets mis met magisch denken, er is iets mis met gokkers die dat doen. Iedereen die een lot aanschaft, geld inzet op de roulette of een paar bankbiljetten meeneemt naar een pokeravondje, kan uitrekenen hoe groot de kans is dat ze iets winnen. Met poker is nog sprake van een zekere vaardigheid, maar veel andere spellen zijn nauwelijks te beïnvloeden. Daarom heten het ook gokspelletjes te zijn. De dwangmatige gokker is dat klaarblijkelijk uit het oog verloren. Hier is geen enkele sprake meer van een spelletje, maar van een bijzonder serieuze aangelegenheid, van voortdurend alles of niets, met maar een oogmerk: die grote klapper maken, die alles weer rechtzet. En die komt dus niet, want die laat zich niet sturen op de mate van de inzet. Inzet en opbrengst hebben niets met elkaar te maken als het om de jackpot gaat. Het zijn vrijwel altijd toevallige passanten, die een leuke avond wilden hebben, een paar munten of een enkel biljet er voor over hebben, die het luiden van de bellen horen en het gerinkel van de kassa. De gokverslaafde zit er dan verloren bij en gooit nog maar weer eens een paar munten in het apparaat om vervolgens weer wezenloos verder te spelen.

Verslaving is iets wat ongemerkt bij ons binnen kan sluipen. Het meest bekend zijn natuurlijk de verslaving aan tabak en alcohol, twee gewone en zeer gangbare genotmiddelen, waar veel gebruikers niet meer buiten kunnen. Er is geen sociaal profiel van een alcoholverslaafde te maken, het komt in alle lagen van de bevolking voor, van laag tot hoog, van arm tot rijk, man en vrouw. De bijkomende verschijnselen kunnen heel verschillend zijn. De ene alcoholverslaafde beweegt zich ongemerkt door het leven, de ander zit om de haverklap op het politiebureau na weer een vechtpartij of huiselijk geweld. Medicijnverslaving is bijvoorbeeld al veel beter te beschrijven. Hierbij treden vaak symptomen op die specifiek bij een bepaald medicijn behoren. Mensen die verslaafd zijn aan anti depressiva zijn dus veel beter te categoriseren dan mensen met een alcoholverslaving. De behandeling wordt daardoor ook eenvoudiger, in die zin dat er minder vraagtekens zijn ten aanzien van de verslaafde zelf. Je zou kunnen zeggen dat een verslaving pas echt ernstig is als de verslaafde zijn eigen gedrag niet meer onder controle heeft. Dan worden ze een plaag voor hun omgeving en kunnen zelfs een gevaar daarvoor vormen.

Niet zelden wordt aan de verslaving crimineel gedrag gekoppeld omdat de verslaafde alles zal doen om aan de middelen te komen om aan de verslaving toe te kunnen geven. Ook dat maakt een gokverslaving een ernstige zaak omdat het daarbij om hoge bedragen kan gaan, wat bij tabak, alcohol en medicijnen niet het geval is. Alleen sommige drugs kosten zo veel, dat de verslaafde er uit de normale middelen niet aan kan komen. Dat criminele gedrag zorgt er ook vaak voor dat de verslaafden tegen de lamp lopen en met het strafrecht in aanraking komen. Vaak leidt dat contact met justitie tevens tot hulpverlening, al of niet gedwongen. Ons land kan op een lange traditie van hulpverlening bogen. Zo zijn er vele instituten, die zich met verslaving bezighouden, ook gokverslaving. Gelukkig maar, want een gokverslaafde komt er zonder hulp normaal gesproken niet meer uit. Daarbij komt nog een ernstig probleem, want is de gokker van zijn verslaving af, dan wacht vaak nog een lange schuldenlijst die weggewerkt moet worden. Ook daarvoor zijn instanties aangewezen, die daarbij kunnen helpen, maar op die manier kan een gokverslaafde en diens omgeving nog jaren na genezing geconfronteerd worden met de gevolgen van zijn of haar verslaving.

Eén belangrijk profielkenmerk is duidelijk: de gokverslaafde is meestal een man. Dat zal waarschijnlijk komen omdat mannen doorgaans de spanning van het spelen meer waarderen. Het zit van kinds af aan in hun manier van spelen opgesloten. Meisjes spelen vreedzaam met poppen en jongens spelen indiaantje, het is wat generaliserend, maar het lijkt me een plausibele verklaring voor het gegeven dat aan de goktafels meer mannen zitten dan vrouwen. Ook in het (professionele) pokercircuit zie je betrekkelijk weinig vrouwen aan de tafels zitten. Logisch dus dat er veel minder vrouwen gokverslaafd raken dan mannen. De gokverslaafde is vaak jong en daarvoor zijn drie oorzaken aan te wijzen. In de eerste plaats zijn jongeren veel gevoeliger voor de spanning die het spelen met zich meebrengt en zijn ze ook sneller geneigd de realiteit uit het oog te verliezen. In de tweede plaats dragen zij over het algemeen minder verantwoordelijkheid voor hun omgeving. In de derde plaats zal bij het klimmen der jaren de kans dat hun gokgedrag onopgemerkt blijft afnemen en wordt de kans dat zij met de hulpverlening in aanraking komen groter. Daarmee is niet gezegd dat gokverslaving vanzelf overgaat naarmate men ouder wordt, maar de kans dat men met gokken door kan blijven gaan, wordt –mede vanuit de omgeving- steeds kleiner.

Op basis van een profiel zal het dus niet meevallen om preventief tegen gokverslaving op te treden. Het zal dus vooral op basis van gedrag moeten en dat is minder eenvoudig dan het lijkt. Want de casino- of speelhaluitbater ziet de speler in de eerste plaats als klant, die geld in het laatje brengt. Niemand vraagt aan de ingang om even een inkomensverklaring af te geven, waaruit opgemaakt kan worden wat verantwoord speelgedrag is en wat niet. Veel gokverslaafden vragen zelf aan de uitbaters om hen af te stoppen bij het bereiken van een bepaalde limiet of ontzeggen zich de toegang op bepaalde dagen en tijden. Of dit effectief is of niet, wordt niet goed gemeten, maar een feit is dat hier de verslaafde zelf al actie onderneemt om het niet verder uit de hand te laten lopen. Hij beweegt zich op de grens van de probleemgokker en de gokverslaafde en dat maakt verschil. Beiden zijn zich bewust van het vuur waarmee ze spelen, allen de probleemgokker heeft nog oog voor de realiteit om hem heen, de gokverslaafde niet meer. Hij beweegt zich in zijn eigen circuitje, waar alleen een schokeffect hem nog uit kan trekken. Gezien de sociale ellende die gokverslaving met zich meebrengt is het voorkomen en uitbannen ervan zonder twijfel een belangrijke opdracht voor de samenleving. Als argument voor het reguleren van het kansspelwezen is het daarom zeker steekhoudend. De vraag is: met welke middelen?

In de serie ‘De economie en ethiek van het kansspel’ verschenen eerder:

Deel I: De definitie van gokken

Deel II – Economische en maatschappelijke kosten en opbrengsten

Deel III – Het spook van de verslaving

Volgende delen:

- Met welke middelen kunnen we gokverslaving te lijf?
- Atlantic City, de zeepbel doorgeprikt
- De economie van het kansspel
- De ethiek van het kansspel
- De economie en ethiek van het kansspel in Nederland

Gerelateerde Artikelen:

  1. Economie en ethiek van het kansspel: Deel XI– Heeft het kansspel een toekomst in onze samenleving? (eerste deel)
  2. Economie en ethiek van het kansspel: Deel XI– Heeft het kansspel een toekomst in onze samenleving? (tweede deel)
  3. De economie en ethiek van het kansspel Deel III – Het spook van de verslaving
  4. De economie en ethiek van het kansspel
  5. De economie en ethiek van het kansspel

Deze post staat in de categorie Casino Nieuws .

Comments on this entry are closed.

Previous post:

Next post:

Sluiten
Ontvang nu 100% bonus bij Krooncasino!