De economie en ethiek van het kansspel –deel VII

by Jaap J.M. Vos on 28/01/2010

In het land der kansspelen laait voortdurend de discussie op of je daar de markt en de burgers de vrije hand moet geven, het streng moet reguleren, het aanbieden ervan tot een staatszaak moet maken, of het maar gewoon helemaal moet verbieden. Waar we het in elk geval wel over eens zijn is dat er heel veel geld in omgaat en dat er onmiskenbaar risico’s aan zijn verbonden. Om de discussie wat lucht te geven is het misschien goed om eens naar die aspecten ervan te kijken door ze in kaart te brengen. Onder de kop ‘De economie en de ethiek van het kansspel’ brengen we een serie artikelen die de economische en sociale betekenis van het kansspel op neutrale wijze beschrijft en beoordeelt.

Vandaag deel VII: De economie van het kansspel

Nederland is een sterk en gezond land. We worden, net als de meeste andere landen, aan alle kanten geraakt en gekraakt als er sprake is van een economische crisis, maar steeds weer blijkt dat we een grote mate aan veerkracht aan de dag kunnen leggen en als samenleving de crisis goed weten door te komen. Met bijna zeventien miljoen inwoners zijn we een drukbevolkt landje, we hebben het dichtste spoorwegnet ter wereld, het aantal vliegbewegingen is naar verhouding astronomisch, we gaan vaker op vakantie dan welk volk ook, we kennen relatief gezien een lage werkeloosheid, een hoog gemiddeld inkomen en we zijn in doorsnee gezond en gelukkig, zo geven de CBS cijfers en de verschillende enquêtes aan. Onze grondslag is een merkwaardige mengeling van nuchter calvinisme, met een zekere Bourgondische kleuring en een flinke scheut chauvinisme, dat vooral naar boven komt als we getuige zijn van grote sportevenementen. We stonden ook altijd bekend als een bijzonder tolerant land, maar hoewel we dat grondwettelijk nog altijd zijn, is de verf van de tolerantie toch enigszins gebladderd. De geschiedenis leert dat we ook dat soort crisissen meestal goed doorstaan en onszelf op een gegeven moment daarin ook weer weten te herpakken. We verdienen heel veel geld met elkaar, in 2008 € 540 miljard en behoren tot de welvarendste burgers ter wereld. Ongeveer een half procent van ons BNI (bruto nationaal inkomen) besteden we aan kansspelen in de breedste zin van het woord. Om een vergelijking te treffen: aan ontwikkelingssamenwerking geven we 0,8% uit. Het Nationaal Kenniscentrum Kansspelen heeft cijfers beschikbaar t/m 2007. De Staatsloterij haalt het meeste binnen van onze speelgelden: 772 miljoen, gevolgd door Holland Casino met 756 miljoen (hier zijn de uitgekeerde prijzen al op in mindering gebracht). De Postcodeloterij is goed voor 450 miljoen omzet en de toto/lotto voor 202 miljoen.  Het internet zou goed zijn voor 92 miljoen omzet. In 2008 daalde de omzet van Holland Casino naar 701 miljoen. In dat jaar ook verscheen een rapport van Motivaction, waarin gesteld werd dat inmiddels een half miljoen Nederlanders regelmatig via het internet speelde en daarbij gezamenlijk 475 miljoen Euro uitgaven, wat neerkomt op bijna € 1000 per speler. Hier is sprake van een groot verschil met de 92 miljoen die over 2007 door het NKK werd genoemd. Ten dele zou dit kunnen worden verklaard door de snelle stijging van de online aanbieders en de opkomst van speciaal op het Nederlands taalgebied gerichte operators en affiliates, bedrijven die met hun websites het online kansspelsegment promoten. Op grond van deze cijfers zou momenteel het bedrag dat wij jaarlijks aan kansspelen uitgeven rond de drie miljard Euro liggen, 0,55% van ons BNI.

Werkgelegenheid

In deel II van deze serie hebben we vermeld dat, op basis van cijfers van het NKK, het aantal werkzame personen in de kansspelsector tussen de 7000 en 9000 personen ligt op basis van voltijdse banen. Dat is iets meer dan 0,1% van de beroepsbevolking. Het overgrote deel hiervan wordt genomen door Holland Casino en de automatenbranche. Als banenmotor speelt de sector zelf dus geen grote rol. Eén kanttekening past hierbij. Holland Casino, met ongeveer 4000 werknemers heeft een beperkt aantal vestigingen (veertien), die zich in stedelijk gebied bevinden. In de wat kleinere plaatsen als Venlo, Breda, Valkenburg en Zandvoort is het aandeel in de plaatselijke beroepsbevolking ongetwijfeld wat groter en het effect van een sluiting zou zich daar ook sterker doen gevoelen. In Nederland bevinden zich ook nog eens 270 amusementscentra, met hoofdzakelijk speelautomaten, die samen aan 3100 personen werk verschaffen, gemiddeld 11,5 fte per vestiging. Het effect hiervan op de locale werkgelegenheid is derhalve gering.

Toerisme en horeca

Nederlanders besteden per jaar (2008) meer dan 30 miljard aan binnenlands toerisme en horecabezoeken. Als trekpleister is het Holland Casino met 7 miljoen bezoekers in 2008 een absolute topper. Een wereldberoemd pretpark als De Efteling zag in hetzelfde jaar 3,2 miljoen bezoekers de kassa’s passeren, Disney in Parijs iets meer dan 10 miljoen. De functie van Holland Casino als aanbieder van ontspanning is daarmee boven elke twijfel verheven. Gezien het beperkte aantal vestigingen mag verwacht worden dat bij een minder restrictief kansspelbeleid van de Nederlandse overheid het aantal bezoekers aan een casino nog aanmerkelijk zou kunnen toenemen. De horecafunctie van het Holland Casino is echter beperkt. De bijdrage aan het resultaat in 2008 bedroeg 25 miljoen Euro. De bruto omzet wordt niet genoemd in het jaarverslag van Holland Casino, maar als we aannemen dat het een viervoud daarvan is, dan zou dit neerkomen op 1% van de horecabestedingen in Nederland. De amusementshallen zijn aanmerkelijk groter in getal, maar volstaan met de verkoop van wat (fris)dranken. Een echte horecafunctie hebben ze niet. Het is echter aannemelijk dat de horeca in de plaatsen van vestiging en/of in de plaatsen van herkomst meeprofiteren van de mobiliteit van deze bezoekers. Dat is niet in cijfers te vatten omdat het pure speculatie is, maar per dag trekt een gemiddeld Holland Casino tussen de 13 en 1400 bezoekers. Die zullen voor een deel volstaan met het hapje en drankje in het casino, voor een deel het restaurant en de bar van het casino bezoeken, maar ook andere gelegenheden aandoen in het kader van ‘een avondje stappen’. Maar dat zouden velen van hen zonder casinobezoek wellicht ook gedaan hebben.

Belastingopbrengsten

De Rijksbegroting 2010 vermeld een post van half miljard Euro aan kansspelbelasting op een totaal van 240 miljard aan overheidsinkomsten. Daar komt nog wat opbrengst aan inkomstenbelasting bij, maar de kansspelsector is zeker geen melkkoe voor de Nederlandse overheid, in elk geval niet vergelijkbaar met accijnzen op tabak, alcohol en benzine, die met elkaar tien miljard in het laatje brengen, zo’n twintig maal zoveel. Holland Casino maakte in 2008 85 miljoen nettowinst en ook daarvan zal de schatkist niet gaan glimmen. Verwaarloosbaar is het allemaal natuurlijk niet, maar het verwijt dat de overheid Holland Casino in bescherming neemt tegenover nieuwkomers omdat het zelf enig aandeelhouder daarin is, komt door deze cijfers in een ander daglicht te staan. Immers, de kansspelbelasting en de vennootschapsbelastingbelasting komen toch wel binnen, ook als andere aanbieders de casino’s zouden beheren. Bij een ruimere toelating van aanbieders en casino’s zouden de inkomsten voor de overheid zelfs aanmerkelijk kunnen groeien. Daarover verderop meer.

Maatschappelijke spin off

Het is in veel Europese landen een gegeven dat met name de sportbooks (de wedtotalisators) regelmatig opduiken als sponsor van sportevenementen of clubs. In Nederland is dat niet het geval omdat sportweddenschappen slechts zeer mondjesmaat zijn toegestaan, te weten de paardenrennen en, als je dit ruim wilt zien, de toto. Toch zien maatschappelijke doelen, waaronder de sport, een flink bedrag per jaar bijgeschreven als deel van de opbrengst van met name de loterijen in ons land. De totale omvang bedroeg in 2007 ongeveer 600 miljoen Euro en dit is aanzienlijk, te meer omdat veel van deze bijdragen structureel van aard zijn. De Postcodeloterij sponsort daarnaast ook een aantal TV programma’s, al zal niet iedereen dat als een opwekkend gegeven zien, maar dat is dan meer vanwege de aard en inhoud van die programma’s. Die loterijen zijn ook simpelweg op grond van de Nederlandse wet verplicht om een deel van de inleg af te dragen aan goede doelen. Het laat zich aanzien dat als de wetgever meer ruimte laat aan bijvoorbeeld kansspelen via het internet, dit ook terug zal komen in de voorwaarden. Om aandacht te trekken maken de loterijen aardig wat reclame, o.a. TV reclame en ook die gelden komen deels ten goede aan de programmering van de omroepen, zowel in het publieke bestel als bij de commerciële omroepen. Holland Casino en loterijen besteden nu jaarlijks ongeveer 250 miljoen aan reclame.

Groeipotentie

De vraag is of daar nu veel rek in zit bij een liberaler en toleranter beleid ten aanzien van de kansspelen. Het antwoord is bevestigend. Maken we bijvoorbeeld een vergelijking met een land als Frankrijk dan zien we dat –terwijl de liberalisering van het kansspelwezen daar nog lang niet voltooid is- de 62 miljoen Fransen samen voor 32 miljard aan kansspelen besteden. Omgerekend naar Nederland zou dat betekenen dat een groei naar € 12 miljard omzet voor de sector tot de mogelijkheden behoort. Dat zou dus betekenen dat bij gelijkblijvende verhoudingen het aandeel kansspelbelastingen van 0,5 naar 2 miljard groeit en de maatschappelijke bijdragen van 600 miljoen naar 2,4 miljard. Ook de overige bestedingen (inkoop) zouden toenemen en de opbrengsten aan reclamegelden zouden zeker ook met een factor vier groeien en tot een miljard Euro aangroeien. Is dat dan allemaal hosanna? Niet helemaal, want als consumenten meer gaan uitgeven aan kansspelen betekent dit dat ze elders op hun uitgaven gaan bezuinigen. De winst zal deels te vinden zijn als men minder in het buitenland besteedt (internet kansspelen), maar dat aandeel wordt nu slechts op ongeveer een half miljard Euro geschat. Verder zou winst kunnen zitten in een beperking van de spaarwoede van de Nederlanders. Hoewel een zekere spaarreserve van de burgers een prima zaak is, heeft het ook een remmende werking op een gezonde circulatie van geld en inkomen.

Natuurlijk is de vraag hoe groot de maatschappelijke schade is door gokverslaving en fraudebestrijding. Dat zijn met name de factoren, die de overheid aanvoert als voornaamste redenen voor het restrictieve beleid dat in ons land gevoerd wordt. Daarom zullen deze factoren ook behandeld worden in het volgende deel van deze serie, dat geheel gaat over de ethiek van het kansspel.


Bronnen:

Nationaal Kenniscentrum Kansspelen
Rijksoverheid
Holland Casino
Centraal Bureau voor de Statistiek
FEM Business

In de serie ‘De economie en ethiek van het kansspel’ verschenen eerder:

Deel I: De definitie van gokken
Deel II – Economische en maatschappelijke kosten en opbrengsten
Deel III – Het spook van de verslaving
Deel IV – Het profiel van de gokverslaafde
Deel V – Met welke middelen kunnen we kansspelverslaving te lijf?
Deel VI – Atlantic City, de zeepbel doorgeprikt

Volgende delen:

- De ethiek van het kansspel
- De economie en ethiek van het kansspel in Nederland
(samenvatting en conclusies)

Gerelateerde Artikelen:

  1. Economie en ethiek van het kansspel: Deel XI– Heeft het kansspel een toekomst in onze samenleving? (tweede deel)
  2. Economie en ethiek van het kansspel: Deel XI– Heeft het kansspel een toekomst in onze samenleving? (eerste deel)
  3. De economie en ethiek van het kansspel Deel III – Het spook van de verslaving
  4. De economie en ethiek van het kansspel
  5. De economie en ethiek van het kansspel –deel VI

Deze post staat in de categorie Casino Nieuws .

Comments on this entry are closed.

Previous post:

Next post: