De economie en ethiek van het kansspel Deel III – Het spook van de verslaving

by Jaap J.M. Vos on 28/12/2009

In het land der kansspelen laait voortdurend de discussie op of je daar de markt en de burgers de vrije hand moet geven, het streng moet reguleren, het aanbieden ervan tot een staatszaak moet maken, of het maar gewoon helemaal moet verbieden. Waar we het in elk geval wel over eens zijn is dat er heel veel geld in omgaat en dat er onmiskenbaar risico’s aan zijn verbonden. Om de discussie wat lucht te geven is het misschien goed om eens naar die aspecten ervan te kijken door ze in kaart te brengen. Onder de kop ‘De economie en de ethiek van het kansspel’ brengen we een serie artikelen die de economische en sociale betekenis van het kansspel op neutrale wijze beschrijft en beoordeelt. Vandaag deel III: Het spook van de verslaving.

De negatieve aspecten van het gokwezen brengt veel overheden ertoe het kansspel in een dwangbuis te stoppen met als argument dat de burgers op voorhand beschermd moeten worden tegen dat de risico’s van dat kansspel. De vraag lijkt gerechtvaardigd of dat een taak is van de overheid. En waarom doet de overheid dat wel in het geval van kansspelen, maar niet bij andere risicovolle genotsmiddelen als alcohol en tabak? Natuurlijk is het theoretisch zo dat iemand in één klap huis en haard kan verspelen in een casino, maar zelden zijn hele hebben en houden in één keer in een voorraadje wijn zal steken. Je zou kunnen zeggen dat in het geval van genotmiddelen het risico meer in een te hoog uitgavenpatroon ligt, gepaard gaande aan lichamelijke en geestelijke risico’s, terwijl bij kansspelen het risico op een schokeffect groter is, wanneer de speler verslaafd raakt aan het gokken en het doel uit het oog verliest. Dat is immers om iets in te zetten met als oogmerk om een kans op winst te maken, waarbij je weet dat de kans op verlies aanmerkelijk groter is. Een grote loterij kan alleen maar miljoenenprijzen uitkeren omdat er een heleboel inzetten zijn, waar niets op gewonnen wordt of hooguit een relatief klein deel van de inzet wordt teruggehaald. Zo ben ik geabonneerd op De Lotto, wat tot op heden een uiterst onrendabele zaak is. Net als iedere deelnemer hoop ik echter ooit een keer een leuk bedrag op de rekening te zien verschijnen, maar ik pieker er niet over om mijn inzetten drastisch te verhogen om zo’n effect te forceren. Ik vind ook het spelen van poker leuk, zowel in huiskamerverband als op internet, maar wat ik daaraan besteden wil is gelimiteerd en blijft gelimiteerd. Voor mij hoeft de overheid niets te reguleren, te verbieden of moeilijk te maken. Ik hoor niet tot de doelgroep, zeg maar. Wie dan wel? Dat is niet zo eenvoudig, want zodra het op bescherming aankomt tegen verslaving vervalt de beschermer in algemeenheden.

Waar vrijwel alle betrokkenen het over eens zijn is dat de jeugd beschermd moet worden tegen de gevaren van gokverslaving. Hebben jongeren inderdaad meer de neiging mateloos te zijn dan ouderen? En is het zo dat jongeren sterker de illusie hebben succes te gaan hebben, waardoor ze onverantwoorde risico’s nemen? Als dat al zo is, waar houdt het risico dan op? Bij het bereiken van een bepaalde leeftijd, als jongeren een partner krijgen, zich gaan settelen en een gezin moeten gaan onderhouden? Op 20 november 2009 verscheen in het Noordhollands Dagblad een kop dat jongeren in Volendam en Edam in toenemende mate kampten met oplopende gokschulden, vooral opgelopen bij het wedden op sportwedstrijden. De gemeente had alarm geslagen en waarschuwde op haar website tegen de gevaren van het gokken. Brijder Verslavingszorg ondersteunde het initiatief, waarbij het volgende statement werd afgegeven: ,,Gokkers lijden aan magisch denken. Ooit denken ze een grote klapper te maken. Wat als een onschuldig spelletje begint, loopt vaak uit de hand en dan houden ze er slapeloze nachten aan over”, aldus Marion Kooij van de Brijderstichting. Dat ‘magisch denken’ lijkt inderdaad wel iets dat met name op jongeren betrekking heeft.

In 2004 organiseerde de Christen-Unie ter voorbereiding op een debat in de Tweede Kamer een ronde tafel gesprek met verslavingsinstellingen en ‘ervaringsdeskundigen’. Wat toen vooral duidelijk werd is dat men weinig zicht op het probleem had. Verder dan een getal van 80.000 gokverslaafden in ons land, stammend uit 1994, was men niet gekomen, waarbij aangetekend dat het internet als kansspelmedium nog in de kinderschoenen stond. Verder werd er vooral verwezen naar buitenlands onderzoek. Verwezen werd naar de stelling van een directeur van een Engels verslavingsinstituut, (Paul Bellringer, directeur van GameCare) dat het risico op gokverslaving onder de 25 jaar drie maal zo groot was als boven die leeftijdsgrens. Een onderzoek onder ruim 5000 scholieren in België door de Werkgroep tegen Gokverslaving wees vooral op risico’s bij het spelen op gokmachines, die ook in ons land op een gegeven moment vrijwel overal stonden geparkeerd. De laagdrempeligheid en de eenvoudige bediening van de apparaten zullen daartoe hebben bijgedragen. Gokverslaving in landgebonden casino’s, bingohallen, en dergelijke zou zich op een veel lager niveau bewegen. Maar in De Standaard (België) van 2 december 2009 lijkt de aandacht van de jongeren verlegd te zijn naar de krasloten: 63% van de ondervraagde 2600 jongeren zou die gekocht hebben. Het pokeren heeft ook aan populariteit gewonnen en een kwart van de jongeren zegt ook op internet te spelen, meestal echter zonder geld in te zetten.  In de onderzoeksgroep werd gemiddeld € 38 per maand aan kansspelen uitgegeven met het kraslot dus als uitschieter. De startleeftijd ligt gemiddeld op 13 jaar. In Singapore zijn onlangs cijfers bekend gemaakt door de Christian Care Services Centre dat 71% van de probleemgokkers dat ontwikkeld hadden tussen hun 18e en 24ste levensjaar en 18% zelfs beneden hun 18de jaar. Het doorsnee profiel: een manlijke Chinees, die zwaar gokt op voetbalwedstrijden.

Zo circuleren er vele verschillende onderzoeken met heel verschillende uitkomsten. De titel boven dit stuk ‘Het spook van de verslaving’ is dan ook dubbel bedoeld: we hebben te weinig houvast hoe dit spook er precies uitziet en weten blijkbaar ook niet goed hoe dit spook in een vroegtijdig stadium af te vangen. Want waarom raakt de ene kansspeler verslaafd en de ander niet? Waarom raken mensen verslaafd aan alcohol, terwijl de overgrote meerderheid van de bevolking daar met mate mee om weet te gaan? Zou het misschien zelfs zo kunnen zijn dat verslaving helemaal niets van doen heeft met het aanbod? Dat een gokverslaafde bij het ontbreken van een aanbod van kansspelen wel aan iets anders verslaafd zou raken, omdat dit nu eenmaal in zijn aard ligt?

Op de website gokverslaving.nl wordt nu gesproken over 40.000 gokverslaafden in Nederland, de helft van het aantal dat in 1994 werd geschat. Berichten in o.a. De Volkskrant in 2005 bevestigden dat aantal met als voornaamste oorzaak van de daling het weren van gokautomaten uit snackbars en kantines. Omdat autoriteiten preventie tegen gokverslaving als voornaamste argument hanteren om kansspelen (streng) te reguleren lijkt het me goed om naar het begrip gokverslaving nog eens goed te kijken, maar nu vanuit het gezichtspunt van de gokverslaafde. Wat is het profiel van de gokverslaafde?

Bronnen:

Noordhollands Dagblad

De Standaard, België
Channel NewsAsia, Singapore
www.gokverslaving.nl

In de serie ‘De economie en ethiek van het kansspel’ verscheen eerder:

Deel I:  -  De definitie van gokken

Deel II – Economische en maatschappelijke kosten en opbrengsten

Volgende deel– Het profiel van een verslaafde

Gerelateerde Artikelen:

  1. Economie en ethiek van het kansspel: Deel XI– Heeft het kansspel een toekomst in onze samenleving? (tweede deel)
  2. Economie en ethiek van het kansspel: Deel XI– Heeft het kansspel een toekomst in onze samenleving? (eerste deel)
  3. De economie en ethiek van het kansspel
  4. De economie en ethiek van het kansspel –deel IV
  5. De economie en ethiek van het kansspel –deel V

Deze post staat in de categorie Casino Nieuws .

Comments on this entry are closed.

Previous post:

Next post: